U bent hier

Nieuwe liefde

We wandelen dicht tegen elkaar aan.
Ze doet me stilstaan
bij een boom, wijst op de ritselende bladen
die de wind doet verraden
vanwaar hij aan komt waaien.

Ze begint zomaar te zwaaien
naar een toevallige passant.
De man kijkt op van zijn krant,
grijnst. Zij vangt mensen, bevangt ze.
Voor even ontvangt ze
hen in haar wereld van kleur,
pauzeert ze ieders sleur.

Haar koesteren is een groot geluk.
Ze vindt het onmiskenbaar heerlijk
als ik haar haren streel,
haar huid zacht als fluweel.

Schoonheid is ze
ze doet me vergewissen
van haar liefde als evidentie.
Mij bespelen is haar grootste competentie.

Haar blik rust op tevreden
brengt mijn planning enkel naar het heden.
Ze denkt niet vooruit,
drukt nu haar verlangens uit.

In het maanlicht lijkt ze het hulpeloost.
Ga nog niet bij me vandaan.
schenk me nog wat troost.
Haar snelle adem, trillende lippen en de maan:
geen mens die dat kan weerstaan.

In de vroege ochtend glimlacht ze me breed toe.
Ik hou van haar, al maakt ze me nog zo moe.
Haar wereld is ook de mijne,
ze laat er een heel ander licht op schijnen.

Niettegenstaande:
ze is pas 7 maanden.

© <auteur geanonimiseerd>, 2020