U bent hier

Hallo lief, we zijn nog niet dood

Sinds nesteldrang
je gehoorgang overwoekert
vang ik windeieren
in nachtelijke kluchten

zou het de sponde zijn
die botontkalking knerpt
op eikenhouten bedding

gravures in haar flanken
zo stoffig uitgesleten
als wij ons heupvol oud

misschien is het de maan
die mijn gedegen stonden
enkel nog weet te blussen
middels jouw slaapapneu

als zou de tijd verjaard
waarin wij ons langszij
het nacht’lijk water waanden

waar fluisterriet
dekbedgeheimen deelde
in onontgonnen rimpelhuid.

© <auteur geanonimiseerd>, 2018