U bent hier

Zoiets

Als dan het stille van je blote voeten
op de grond, of bijna, onder je koude benen,
zich krult om je tenen, niet bewegen, zittend
met je rechte rug naar de wereld

en de wervels zich stapelen als een pilaar
voor je smalle hals. Waar je niet buigt, opzij,
je hoofd zo zwaar zal vallen, als, laat je je handen
naast je heupen, leunen op het bed, zodat alles

zo stil. In het late licht door het raam,
dat aait, door los gevallen haar,
je daaronder ademt en blijft.

Zo moet pijn zijn, weggekropen,
waar je kijkt naar binnen als naar buiten
dat het zwijgt en tijd zich laat verstrijken.

© <auteur geanonimiseerd>, 2018