U bent hier

Een volmaakte dag

De borden waren weggenomen,
het donker daalde neer.
Het was tijd voor afscheid nemen
van deze warme zomerdag
die zich al vormde tot herinnering.
Ineens was er een zacht ruisen.
en met gespreide armen
vingen wij de eerste druppels op.

We hadden uit één pan gegeten,
de diepe borden vol geschept.
Met onze blote handen
hadden we schelpen gebroken
en pantsers gekraakt
en het brood, gedrenkt
in sap van land en zee,
gulzig naar binnen gezogen.

De dag had goed gesmaakt,
naar zomerzon en waterijs.
We zwommen, praatten, lachten,
rondom het kind geschaard
dat ook het kind in ons
tot leven had gewekt.
De dag was als de avondpan,
tot op de bodem leeg geschranst.

© <auteur geanonimiseerd>, 2018