U bent hier

Als een vis

In deze modderige sloot
zoek ik een pronkjuweel,
een hoopgevend kleinood.
Ik heb mij als een vis vermomd
ver weg van deze wereld
waar kroeglawaai nu is verstomd
en niemand uit zijn huis-
noch komt, noch gaat.

Zo zwemmend in de
diepte van mijn ziel, zijn
mijn kieuwen het ventiel
waar angst uit loopt.

Bladeren als lichtkristallen
drijven om me heen
laten zicht vervoeren
naar het onbekende doel
terwijl mijn vinnen hun beroeren
in het water – zacht en koel-.

Wat is het een genot
te zwemmen in de sloot
als ik niet even vis kon zijn
dan was ik nu al dood.

© <auteur geanonimiseerd>, 2020