U bent hier

Rendez-vous

Vrijdagmorgenlicht streelt mijn hand
als ik de hare schudden wil.
Wij zitten neer, mijn leeg verstand
kijkt naar de starre bomen stil.

Ik spreek tot haar, zij niet tot mij.
Ik praat, de maagd weerkaatst blauw licht,
herhaalt soms zacht wat ik net zei,
slaat woorden terug in mijn gezicht.

‘Waarom?’ vraagt ze en ze legt aan
Ik stamel, maar het is te laat.
En ik besef als wij gaan staan:
zij is het licht en ik het kwaad.

‘k herstel, maar wonden blijven open,
scharlaken hemd word ik gestaag.
Mijn bloed: mijn inkt voor pennendopen.
Gedwee beantwoord ik haar vraag.

‘Voldoende?’ ‘Zeven’ antwoordt zij.
‘Waarom?’ praat ik haar bloedwoord na.
Ze kijkt verwonderd, antwoord mij:
‘Het was een zeven uit gena’.

© <auteur geanonimiseerd>, 2020