U bent hier

Een ode aan de herfst

Jij lelijkerd,
wat ben je toch ontzettend mooi.
Met je regen, je blaadjes,
en al je natte zooi.

De ene dag rood,
dan weer geel of oranje.
Je bomen die strooien,
op mijn hoofd een kastanje.

Je bent het allemaal net niet,
geen zomerzon, geen wintersneeuw,
geen lentekriebels,
of pasgeboren spreeuw.

Je laat mensen mopperen,
het regent weer eikels.
Maar jij beschermt voor de lente
al het waardevols.

Je laat alles vallen,
voordat de winter het bevriest,
zodat ook de lente
haar kleuren niet verliest.

Je laat me fietsen door de storm,
je dwingt me tot een kop thee,
maar ik drink de regen als hij valt,
en terug heb ik wind mee.

Je mag dan veel verliezen,
en je bent zeker niet het droogst,
maar je hebt het meest te bieden,
jouw naam betekent oogst.

Je bouwt huizen voor kabouters,
soms zelfs hele flats.
Je bent een inspiratie,
voor menig schilders' schets.

Geen zomer noch lente
geeft mij een warmer gevoel,
dan jij met al je kleuren,
mijn prachtigmooie seizoen.

© <auteur geanonimiseerd>, 2017