U bent hier

Dagreis

Het leven is een dagreis,
En ik heb het half vijf,
Ben al goed opgeschoten,
maar voel het in mijn lijf.

Ik sta wat vaker even stil,
om achterom te zien,
En dan pas te beslissen,
of ik al rust verdien.

Ik kwam vanochtend traag op gang.
Het liep al tegen elf,
eer ik mijn weg gevonden had.
Daarna ging het vanzelf.

Veel liefde trof ik onderweg,
van vrienden voor een dag,
Maar liefde voelde ik pas echt,
Toen ik haar voor me zag.

Ze liep wat zoekend door het land,
toen ik haar bij me riep,
“Kom mee!”, zei ik, alsof ik
wél wist waarheen ik liep.

We liepen samen verder,
en doen dat nog altijd.
Van deze prachtig mooie dag,
heb ik geen minuutje spijt.

Een lange zwoele avond,
daar verlang ik nu al naar,
Haar vermoeide voeten masserend,
terwijl ik in de vlammen staar.

Dan zullen we vechtend tegen de slaap,
De dag nog wat willen rekken,
Alvorens zwijgend, en alleen,
naar het donker te vertrekken.

© <auteur geanonimiseerd>, 2019