U bent hier

Uit het oog

Aan beide kanten beschreven,
vellen vol woorden van blauwe inkt.
Hij zegt haar dat ze zo dichterbij lijkt,
en dat hij weet hoe stompzinnig dat klinkt.

En dat hij haar zou kunnen verliezen
nu ze volwassen wordt zonder hem.
Dat hij haar aanwezigheid mist,
haar onbevangenheid, haar stem.

Dat hij haar de vrijheid wel gunt,
haar wel vertrouwt, maar de wereld niet,
en dat hij niet jaloers is, maar wel vreest,
onzeker wordt van zijn verdriet.

Dat hij gemeend niet wil klagen,
niets verlangen noch dwingen
en dat hij vol overtuiging zal wachten
terwijl zij groeit van nieuwe dingen.

Er werd van haar gehouden,
maar toen ze ging was hij al vergeten.
Ze beseft een leven later
dat ze te jong was om dat te weten.

© <auteur geanonimiseerd>, 2019