U bent hier

Gebed

Ik was jong nog, in het leven onbedreven
bij het storen van een man in zijn gebeden.
"Nog eenmaal, Heer", prevelt hij, "nog eenmaal
en ik zal gaan in vrede."

Ik was jong nog, en kon zijn bede niet verstaan.
Wat prevelt en bedelt daar toch die oude man?
"Nog eenmaal, Heer". Wat, en hoe, eenmaal?
Ik werd er nieuwsgierig van.

"Nog eenmaal door een veld van wilde klaver gaan.
Nog eenmaal stilstaan bij de fiere, witte zwaan
met in haar verenkleed het tierig kroost
naast de partner voor het leven.
Nog eenmaal het gevoel van vlinders in mijn buik
nog eenmaal proeven van de liefdesstruik
nog eenmaal als U wilt, laat mij de liefde
beleven en ondergaan."

Ik ben oud nu, in het leven minder onbedreven.
Ik had lief, heb gestreden, geleden, werd getroost.
"Nog eenmaal, Heer", prevel ik, "nog eenmaal
en dan zal ik gaan in vrede."

© <auteur geanonimiseerd>, 2021