U bent hier

Zonder grenzen

Stel dat ik niet ik ben en jij niet jij
Stel dat er geen jullie is en ook geen zij
Stel dat er alleen samen is, ons en wij
En stel dat het nog groter is dan wij allebei
Stel dat het de wereld is, de hele maatschappij

Stel dat wij de aarde zijn en de sterren er ook bij
Stel dat wij de zee zijn en het keren van het tij
Stel dat wij de koe zijn maar ook de koeienwei
En stel dat we emoties zijn, boos en lief en blij
Stel dat we de ruzie zijn en ook die vechtpartij

Dan zijn we die dictator en de volksheerschappij
Dan zijn we onze kinderen bij een logeerpartij
Dan zijn we terroristen met hun angstaanjagerij
Ook zijn we de liefde en we voelen ons heel vrij
Stel nou dat we alles zijn, samen ik en jij

Maar als we samen alles zijn, wie ben ik dan alleen?
En moet ik me dan verantwoorden voor alles om me heen?
Moet ik me dan verbinden aan al en iedereen?
Gaat het dan niet om wat ìk wil, maar om het algemeen?
Valt dan niet ons wereldbeeld helemaal uiteen?

Ik wil wel graag wij zijn, want ik ben niet graag alleen
En ik wil ook wel de wereld zijn en bijna alles om me heen
Maar ik voel toch geen connectie met zomaar iedereen?
Die roddelaar van vroeger, daarmee voel ik niets gemeen
Of die zelfmoordterrorist? Daarmee ook nou niet meteen.

Als iedereen alles is en alles iedereen
Is het wij misschien dan zoals een dominosteen?
Als ik val, valt dan alles, een voor een?
Kan ik er iets aan doen of is het autogeen?
En niet onbelangrijk: waar kan ìk dan heen?

Ik, wij, ons, zij, jullie, hij, mij?
Al die overdenkingen duizelen bij mij
Ik kijk naar de wereld en zie een grote brei
Een mierenhoop aan mensen en weinig zij-aan-zij
Ik zoek met hoop en beven naar een alomvattend ‘wij’

© Jelke Glaser, 2018