de weg gaat door het land
snijdt velden
met groepen wachters bomen hoog
op de stammen
die het zicht naar wisselende
perspectieven verpanden
ruimte bij traag gezette wanden
op oneindigheid ingedamd
verloren stukken
in nieuw licht geplant
de hemel aan de onderkant is laag geschoren
door wat daken
tussen gerezen bomen
die in slagordes
wind intomen
wijd verzekerd van toegang
gaat de weg door het land
laag belegd met vee
onder akkoord van groene singels
die in onstuimige charges
naar de lege ruimte dringen
de weg verbindt hemel en aarde
de kompasnaald van asfalt
door het brekend licht van hoog
opgewerkte wolken
maar dan gaat de scheiding verloren
donkere torens scheuren
alsof het kookt deinen plateaus water
onder auto’s die vooruit proberen te komen
ijzeren gordijnen regen die de weg afdammen
donkere hulken voertuigen vorderen traag
tot een nieuw ziedend licht over de hele breedte
de ruimte in zijn geheel opklaart
de weg gaat
en de hemel laat.