we hebben de lucht opengebroken
met metalen vleugels
en de wolken gedragen als voorbijgaand stof
onder water
ademen we nu stilte
tussen koraal en koud licht
waar geen woord ooit thuis was
maar hier
op deze grond die ons draagt
struikelen we nog steeds
over elkaars schaduw
we bouwen hoger dan bergen
sneller dan de wind
die we ooit vreesden
en toch
vinden onze handen elkaar niet
zonder te breken
de aarde wacht niet
op onze snelheid
maar op onze zachtheid
misschien
is mens zijn niets anders
dan leren vallen
zonder elkaar los te laten