U bent hier

Strijd der elementen

Ik ben verdronken,
Wel zeker vijftien keer.
Toch kwam ik weer boven,
Met een beetje meer
Ademlucht als tevoren;
Want niet ik, maar de zorgen zonken.

Ik ben begraven,
Onder meters dikke aarde.
De strijd omhoog,
Bewees zijn waarde.
Toen de grond week,
Was er mijn licht om aan te laven.

Ik ben bevroren,
Tot wel duizend in de min.
Niemand drong daar door,
En roepen had geen zin.
Eindelijk kwam de dooi;
Ik was koud maar niet verloren.

Ik ben verbrand,
Door honderd zonnen tegelijk.
Maar in iedere blaar schuilt,
Een verhaal, zo rijk
Wat maakt tot wie ik ben;
Kleurrijk, incompleet en bijdehand.

© <auteur geanonimiseerd>, 2022