U bent hier

Samen olijven

Waar beide luiken bij jou nog half openen voor jouw bestaan als struikrover,
merk ik al dat mijn ledematen minder naar believen willen rekken.
Ik groei krom.
Een olijfboom zal ik worden.
In stille grijzige bitterheid
zal ik een eeuwigheid in de zon staan.
Op een vaste tijd, op een vaste plek.

Lachend spuug jij een olijfpit mijn kant op.
Terwijl ik kijk hoe het grijze loof
uit mijn kruin verrijst,
zie ik hoe jouw jeugdigheid langszij dribbelt.
De determinatie van een peuter heb je.

Neem jij mijn gezicht gevangen?
Zoenend tel ik jouw tanden.
Hoe kan het dat jij nooit de vulling uit jouw wangen verliest,
terwijl ik moet zoeken naar de mijne?

Snoep maar veel want dat helpt, zegt hij.
Biedt chorizo, kaas, olijven.

Strijk nog eens de norse boeren van mijn velden.
Beloof die pummels brood en gebed.
Nog eens.
Zaai alle akkers zelf, met ontblote handen.
Eerst spuug ik.

Mijn olijfpit raakt de tafelrand.
Ik wordt mooier met de dag.
Mooier krom en grijs.
Hij is mooier in het moment.
Dat is het verschil.

© marije rietman, 2024