U bent hier

Nacht

Het zuchten van de jonge dichter
verdwaasd van liefde, beweegt
de lucht halitosisch
de maan is vol en werpt
schaduwen als balken
een hofhond huilt
temeer daar ondanks alle
andersluidende geruchten
redding uitblijft
dienaangaande hoest
de dichter hardop zijn gedicht
de laan in die zo scherp
als een slagersmes
naar de horizon koerst.

In de dorpskroeg raast een feest
borden vallen verschrikt uit de kast
de pas aangetreden wijkagent slaat bekommerd
een kruis, de duisternis tegemoet
de dichter staart en verdicht nog eens zijn
dikke woorden, terwijl de hond sterft en
wordt opgenomen in het vers.
Verder blijft het rustig.

© Chania, 2024