U bent hier

Kleurverhaal

Ik zit boven in mijn stapelbed
mijn armen tegen de muur geplet.
Zonder adem schreeuw ik hoog en schril
platgeslagen longen uit mijn keel.

Moeder komt verschrikt de kamer ingelopen.
Een vinger, zo vanuit mijn borst gekropen,
wijst naar ‘t zwabberende zwarte beest
dat zich een weg in de plooien van mijn sloop freest.

Zware wenkbrauwen sluiten nu de ruiten,
wijzen terecht en sluiten buiten:
“Is dit nu waarom je riep?
Ik dacht minstens dat je dood ging, joh.”

Mijn vinger trekt zich nu nog verder terug,
tot bloedens toe stolt zweet mijn rug,
mijn tong plakt boven aan mijn mond,
dit is waar de stilte mij toen vond.

Moeder staat daar met de schouders licht gebogen,
gebalde armen uitgestrekt bewogen,
verholen kracht ligt in zichzelf geslagen,
op ’t schouderaanbeeld dat het leed wil dragen.

In hamer en verhaal waakt een engel wit
gevederd rondom roestvrij staal gebit.
Kracht die van haar vleugels prijkt
In hoe zij teder naar mijn moeder kijkt.

Drijvend in een frisse bries gevouwen,
voel ik haar vleugels in mijn schouders zich ontvouwen
tot sterke armen die zich uitslaan en weer vol erbarmen
het kleurenspel van ‘t lieve torretje omarmen.

Het zwarte schild, glimmend in een donkerblauwe glans
strekt zich uit tot een gouden stralenkrans.
Stralend kijk ik nu mijn moeder aan
en vertel haar daar een nieuw verhaal.

© <auteur geanonimiseerd>, 2021