U bent hier

Ik laat mezelf wel uit

stoeptegelbetreders fluisteren wat 
zoekt u zo bijzonder vroeg tussen 
aangelijnde uiteinden van honden ik 

verzamel slagen van koperen klokken 
zeven tel ik er in de regel 
hun romp om het vlees diagonaal evenwijdig 

aan elkaar geknoopte dagen gelijk 
we begrijpen wat u beweegt maar waar 
is dan toch het hondje gebleven kijk 

stokken bogen schreefloos staarten los in 
mijn hoofd blijf je er kommaloos mee binnen 
dan vetten ze randen in hersenpan en 

dat lijkt me meer dan reden genoeg 
om op de tegels in ochtendgloed 
wat wrikt in ‘t mijne aan te lijnen 

© Gaël van Heijst, 2020