U bent hier

De man en zijn podium

Jemig wat ben ik blij,
Even geen man aan mijn zij!
De laatste had namelijk
heel onbetamelijk,
een podium meegenomen.
En ik zeg je
’t was onmogelijk,
om daaraan te ontkomen.
Bij ieder heugelijk of onheuglijk feit,
Gooide hij zijn podium in de strijd.
Ach je weet het niet?
Nou dat ging zo:
of ’t nou paste of niet,
voor meneer niet belangrijk
hij zag het gewoon niet.
Zette zijn podium pontificaal
in het midden
en een kamer werd zijn zaal.
Op ’t podium plaats genomen
moesten de luisteraars toch echt even komen.
Uren oreerde hij
over werk en privé.
Wat hem hier en daar weer was overkomen.
Nee, het leven van de man
viel geheel en al niet mee.
En dan de eer
die hem niet was toegekomen…
’T was godgeklaagd
wat hem was ontnomen.
Aan het einde van zo’n rede
rustte hij uit
intens tevreden.
Hij had zijn zegje weer gedaan.
Zijn hart gelucht,
hij kon er weer even tegenaan.

Ik kon z’n podium niet meer zien.
Had geen geduld meer bovendien.
Om zijn wel en wee
steeds opnieuw te moeten horen.
In die zuchtende klaagzang
ging de liefde verloren.
Dus nu we schoonschip gemaakt hebben,
man en podium zijn vertrokken
is er ruimte en rust
een zekere lichtheid van bestaan
waar ik niet voor hoef te knokken.

Dus voor nu
vind ik ’t helemaal fijn,
om even zonder man te zijn.

© <auteur geanonimiseerd>, 2021