U bent hier

De cipier en zijn gezag

‘’Geef me eens vier!’’
‘’Waarvan?’’ vroeg de Cipier
‘’Vier Oxazepam’’
‘’Maar dan lig je toch lam?’’
‘’Vier Oxazepam van vijftig milligram’’
‘’Dat is veel te veel, man!’’
De Cipier zei: ‘’Ik kan het je niet geven, het is niet voor ons’’.

‘’Oké, fluisterde de meneer, ‘’dit blijft onder ons
we moeten die Cipier weg hebben deze nacht,
ik wil slapen, het liefst een uurtje of acht.
we geven hem een prik in zijn bil,
óók als hij niet wil.
Morgen is de Cipier alles vergeten,
en wij kunnen slapen, dat wordt niemand verweten.’’

Opeens werd de Cipier wakker onder een scheurdeken,
hij had zich duidelijk op die man verkeken.
In de uitslaapkamer voor gevangenen uit de separeer.
Oh, en daar kwam die meneer.
Hij sprak luidt en duidelijk:
‘’Je geeft wat ik wil, mijn wil is wet, geef je me nu eindelijk gelijk?’’
De Cipier zei: ‘’Vier Oxazepam van vijftig milligram!
Dat is echt te veel, man!’’

‘’Luister’’, sprak de meneer,
‘’ik bepaal hoe het gaat, keer op keer.
Als ik wil slapen tijdens mijn dienst,
word ik daar niet op gewezen, mijn inziens.’’

De Cipier was te jong,
hij had geen spreken in dit gebouw van beton.
Regels zijn er om te breken,
niet alleen door gevangenen, dat is maar weer gebleken.

© <auteur geanonimiseerd>, 2020